ThemaRom Uiterlijk (groep 8 – klas 6)
De ThemaRoms zijn bij alle methoden voor natuuronderwijs te gebruiken. Ze zijn ideaal voor zelfstandig werken. Elke ThemaRom heeft 14 menuknoppen, met daarachter een scala aan mogelijkheden. De kinderen bepalen zelf welke informatie ze bij een onderdeel willen aanklikken. Bij knop 15 vindt u een aantal werkbladen, waarmee de leerlingen gericht aan de slag kunnen. Hieronder een overzicht van de onderdelen:
|
|
Introductiefilmpje over het thema. |
||
|
|
Virtuele fietstocht langs de rivier. Wat is er te zien over het thema uiterlijk? |
||
|
|
Dieren hebben een huid. Is het gemakkelijk om die dieren aan hun huid te herkennen? |
||
|
|
Reijer laat zien, hoe Carolus Linnaeus planten hun wetenschappelijke naam gaf. |
||
|
|
Een digitaal informatieboekje over bekende plantenfamilies. |
||
|
|
Mensen houden dieren. Die dieren hebben meestal wilde familieleden. Welke zijn dat? |
||
|
|
Met behulp van animaties wordt getoond hoe het uiterlijk van dieren kan veranderen door bijvoorbeeld milieuomstandigheden. |
||
|
|
Een eenvoudige toepassing waarmee een compositietekening kan worden gemaakt. |
||
|
|
Het jaar van de kokmeeuw. Maand voor maand wordt gekeken naar de kokmeeuw. Kokmeeuwen veranderen regelmatig van uiterlijk. |
||
|
|
Menu naar volgende toepassingen. |
||
|
|
Een schuifpuzzel. De kinderen schuiven puzzelstukjes tot de foto’s van zebra’s en een tweeling klaar zijn. |
||
|
|
Een digitaal boekje waarmee ‘bloemen in het gras’ op naam kunnen worden gebracht. Veel informatie over de getoonde soorten. |
||
|
|
Hondenfokkers fokken honden. De kinderen kunnen twee hondenfokkers 15 vragen stellen en hierop een antwoord krijgen. |
||
|
|
Een quiz over het thema. Op drie verschillende niveaus testen de kinderen hun parate kennis over onderwerpen van de ThemaRom. |
||
|
|
Een aantal printbare werkbladen bij de toepassingen op de ThemaRom. |




















