 |
 |
 |
 |
Adresgegevens |
 |
 |
 |
 |
 |
Stichting Natuur Buiten-Gewoon
Postbus 50
8260 AB Kampen
Telefoon:
038 - 3337799
038 - 4220912
Fax: 038 - 3337864
Bank- Gironummers:
NL: Postbank 3195850
BE: Triodosbank 523-0410325-90
|
 |
 |
 |
 |
|
| De thema's van groep 3 |
 |
Auteur: Natuur Buiten-Gewoon
Gepubliceerd: 1 september 2005
Laatste wijziging: 22 april 2006
|
|

Groep 3 heeft 9 thema's:
| les 1 hiep, hiep, hoera! |
Kinderen
maken regelmatig feestjes mee. Een prima gelegenheid om alle zintuigen
en hun mogelijkheden te leren kennen. In les 1 gaat het om de
verjaardag van Koen, die o.a. een hond krijgt met de naam Boef. Honden
gebruiken sommige zintuigen intensiever dan mensen. |
| les 2 zie je nou wel? |
In deze les gaat alle aandacht naar ons gezichtsvermogen. Het gaat om 'ogen' en 'zien'. |
| les 3 moet je horen |
Ook oren zijn belangrijk voor mensen. Deze les gaat helemaal over 'oren' en 'horen'. |
| les 4 woef ... woef |
Dieren
gebruiken hun zintuigen anders dan mensen. Ze gebruiken ze intensiever
dan wij, zoals het reukvermogen. Deze les gaat vooral over de zintuigen
van hond Boef. |
| kerndoelen: |
21, 22, 23, 25, 29, 30, 31 |
| les 1 Saar de spin |
De
inleidende les wordt besteed aan kruisspin Saar. aan de hand van vier
plaatjes en een bijbehorende tekst uit deze handleiding maken de
kinderen kennis met Saar en haar web. Hoe maakt Saar zo'n web? Wat doet
ze ermee? |
| les 2 het is ... |
Het
spinnenweb van Saar staat soms bol in de wind. 's Morgens valt het web
op door de dauwdruppels aan de draden. Het is herfst. Deze les gaat
over de weersomstandigheden in verschillende jaargetijden. Van elk
seizoen is er een afbeelding. Welke tekening hoort bij welk
jaargetijde? Waaraan kun je dat zien? |
| les 3 eikels zoeken |
Eikels,
kastanjes, beukennoten, ... in de herfst zijn ze er volop. Kinderen
rapen ze graag. Sommigen uit verzameldrift, anderen om ermee te
knutselen. In deze les gaat het over de eikel. Wat is een eikel? Wat
kan ermee gebeuren, nadat hij uit een boom is gevallen? |
| les 4 verstop je ... |
In
de herfst zijn de voorbereidingen voor de winter in volle gang. Wat
doet Saar voor de winter? En de egel, de vlinders, het
lieveheersbeestje, de stekelbaars en de kikker? |
| kerndoelen: |
19, 30, 3, 32, 34, 35 |
| les 1 Zico zwaan |
Deze
eerste les begint met een dromend kind dat wil vliegen als een vogel.
Daarna maken de kinderen kennis met Zico zwaan. Vogels hebben vleugels.
Er is dus aandacht voor veren. |
| les 2 onder water |
Zico
zwaan ontmoet Floor fuut. Floor kan meer dan Zico. Floor duikt en zwemt
onder water. Daar zwemmen ook andere dieren: vissen. Tenslotte is er
aandacht voor de zeehond. |
| les 3 pootje voor pootje |
Niet
alle poten zijn gelijk. Het ene paar is geschikt om te rennen en het
andere om te zwemmen. Zoogdierpoten zijn anders dan vogelpoten. Er zijn
ook dieren zonder, of juist met heel veel poten. |
| les 4 de boom in |
Zico
maakt kennis met allerlei 'klimmers' in de natuur. Evert eekhoorn is
niet alleen een uitmuntend klimmer. Het dier springt van tak naar tak
en wordt daarbij geholpen door z'n pluimstaart. De kat is een prima
balanceerder. |
| kerndoelen: |
29, 30, 31 |
| les 1 Kwiek de koolmees |
We
maken kennis met Kwiek de koolmees. Wat is het verschil tussen een
mannetje en een vrouwtje? Een koolmees zoekt in de winter naar ander
voedsel dan in de zomer. |
| les 2 wat een bessen
|
Veel
vogels eten in de winter zaden. We maken kennis met een groene vogel
met een dikke snavel: de groenling. Groenlingen zwerven in de winter in
groepjes rond. Hun snavels moeten sterk zijn, want ze maken
rozenbottels open. Deze vogels zijn ook rond school te zien, als er
rozenstruiken staan met bottels. |
| les 3 wat hoort bij de winter? |
Wat
zijn de kenmerken van winterweer? Welke verschillen zijn er met de
andere jaargetijden? In de derde les aandacht voor de vraag: hoe
blijven wij warm? En de dieren? |
| les 4 wie zijn er buiten? |
Waar
zijn de dieren gebleven, die we in de zomer zagen? Sommige vogels
trekken in de herfst naar 'warme landen': trekvogels. Andere vogels
blijven hier: standvogels. Maar niet alle dieren kunnen vliegen. Waar
zijn al die dieren in de winter? |
| kerndoelen: |
21, 22, 30, 31, 32, 34, 35 |
| les 1 een dier maakt papier |
Mensen
gebruiken papier voor allerlei doeleinden. In de natuur lijkt een
wespennest wel gemaakt van papier. Wespen gebruiken vloeistof bij het
bouwen van hun nest. Mensen maken van dezelfde grondstoffen papier in
een papierfabriek. |
| les 2 lekker wollig |
We gebruiken o.a. wol voor kleding en dekbedden. Wol komt van het schaap. E?n keer per jaar wordt het schaap geschoren. |
| les 3 melk voor elk |
Mensen
eten en drinken allerlei melkproducten. Melk komt van de koe. Weten
alle kinderen dat? Van melk worden diverse melkproducten gemaakt. Wie
lust niet die heerlijke milkshake? |
| les 4 broodje gezond |
Brood
wordt gemaakt van graan. De graankorrels worden in een molen gemalen
tot meel. Van het meel bakt de bakker allerlei soorten brood. |
| kerndoelen: |
19, 20, 21, 22, 23, 25, 30, 31 |
| les 1 de wei in ... |
Een
pasgeboren lammetje - symbool van de lente - gaat op ontdekkingstocht
en ontmoet andere dieren. Hoe heten al die jonge dieren? |
| les 2 wat bloeit daar? |
Met het lammetje als 'gids' leren de kinderen een aantal voorjaarsbloemen kennen. |
| les 3 wie ben jij? |
De
slootrand van een weiland is het domein van de wilde eend. Al vroeg in
het voorjaar kun je 'moedereend' met kroost zien rondzwemmen. |
| les 4 zoem zoem ... |
In
de lente kom je natuurlijk zoemende insecten tegen, zoals bijen en
hommels. Ze verzamelen stuifmeel. Waarom doen ze dat en waar wonen
bijen eigenlijk? Wat leeft er allemaal in en om een knotwilg? |
| kerndoelen: |
30, 31, 32, 35 |
| les 1 groeien knuffels? |
Alles
wat leeft groeit. Maar wanneer leeft iets? Om te kunnen groeien is
voedsel nodig. Met andere woorden: je moet eten om te groeien. |
| les 2 wat ben je al groot! |
Kinderen
ervaren op verschillende manieren dat ze groter worden. Ze horen
opmerkingen als 'wat ben je al groot!'. Ze voelen 'groeipijn'. Ze
merken dat hun kleren niet meer passen. |
| les 3 jong of oud? |
Wanneer zijn mensen en dieren volwassen? Er wordt een vergelijking gemaakt tussen jong en oud. |
| les 4 de tuin wordt groen |
Planten
groeien in het voorjaar als kool. De kinderen ontdekken hoe zaadjes
uitkomen. Aan de takken van bomen en struiken komen blaadjes. Waar
groeien de blaadjes aan de bomen? |
| kerndoelen: |
23, 25, 29, 31, 32, 35 |
| les 1 huisdieren |
In
de eerste les wordt het begrip 'huisdier' inhoud gegeven. Huisdieren
moet je verzorgen, anders overleven ze niet. Het gaat in deze les om
dieren die je binnenshuis kunt houden. |
| les 2 een hok in de tuin |
Niet
alle huisdieren zijn geschikt om in huis te houden. Sommige hebben
gewoon te veel ruimte nodig, terwijl andere niet zindelijk zijn te
krijgen. Deze les gaat over huisdieren, die meer ruimte nodig hebben. |
| les 3 op de boerderij |
Op
de (kinder)boerderij leven ook grote huisdieren. Ook hier worden ze
door mensen verzorgd. Soms komen 'wilde dieren' en 'huisdieren' elkaar
tegen in een weiland of op het erf. |
| les 4 niet van hier |
In de dierentuin zie je vooral 'wilde dieren'. De meeste komen uit verre landen. |
| kerndoelen: |
21, 22, 23, 25, 31 |
| les 1 wat doet die vlinder daar? |
Tussen
het gras van een bonte berm groeien allerlei bloemen. We zien vlinders
en andere insecten. De kinderen leren een aantal bloemen kennen en een
paar insecten. |
| les 2 wat een eter |
'Vera
de vlinder' is een koolwitje. De kinderen zien hoe uit een piepklein
vlindereitje een mooie grote vlinder kan groeien. Maar dan moet je als
rups wel flink dooreten! |
| les 3 snel als een haas |
Al fladderend door de wei maakt Vera de vlinder kennis met een haas met jongen. Hazen hebben heel wat vijanden, zo blijkt. |
| les 4 jonge vogels in het gras |
In
een weiland leven weidevogels zoals de grutto en de kievit. De jongen
kunnen, direct na uit het ei gekomen te zijn, voor zichzelf zorgen.
Maar er zijn gevaren! Dan is het maar goed dat de oude vogels hun
jongen beschermen. |
| kerndoelen: |
30, 31, 32 |
|
|