 |
 |
 |
 |
Adresgegevens |
 |
 |
 |
 |
 |
Stichting Natuur Buiten-Gewoon
Postbus 50
8260 AB Kampen
Telefoon:
038 - 3337799
038 - 4220912
Fax: 038 - 3337864
Bank- Gironummers:
NL: Postbank 3195850
BE: Triodosbank 523-0410325-90
|
 |
 |
 |
 |
|
| De thema's van groep 4 |
 |
Auteur: Natuur Buiten-Gewoon
Gepubliceerd: 1 september 2005
Laatste wijziging: 22 april 2006
|
|

Groep 4 heeft 9 thema's:
| les 1 op het strand |
De
kinderen maken kennis met een aantal zeedieren. De les sluit aan op een
mogelijke (buitenlandse) vakantie-ervaring. Schelpen lijken een veilig
huis, maar dat is lang niet altijd het geval. Er zijn verschillende
manieren om een schelpdier 'uit de tent te lokken'! |
| les 2 eet fruit! |
In
ons land is een grote verscheidenheid aan vruchten te koop. Veel fruit
komt uit het buitenland. De kinderen maken kennis met enkele
fruitsoorten. Soms komt het vreemde fruit echter uit een kas. En ...
fruit eten, is gezond! |
| les 3 dieren dichtbij |
De
kinderen leren enkele reptielen kennen. Op een buitenlandse vakantie
zie je die eerder dan in ons land. Het gemakkelijkst zie je ze in de
dierentuin. Vogels en vlinders zijn in de vrije natuur te observeren.
Maar ook daar zitten heel wat vreemdelingen bij! |
| les 4 lekker anders! |
In
onze multiculturele samenleving is het belang om enige kennis te hebben
van de gewoonten in andere culturen. Er zijn tal van interessante,
amusante en smakelijke aspecten! In deze les komen buitenlandse hapjes,
gewoonten en huidskleuren aan de orde. |
| kerndoelen: |
16, 19, 21, 22, 23, 29, 30, 31, 32, 34 |
| les 1 Flip de egel |
De
kinderen maken kennis met Flip de egel: hij is op zoek naar een
geschikte slaapplaats. Deze les besteedt o.a. aandacht aan het voedsel
van een egel. De egel is een insecteneter. Er komen allerlei
insecteneters aan bod. |
| les 2 van kleur veranderen |
Al zoekend komt Flip gekleurde herfstbladeren tegen. Hij ontmoet diertjes die helpen om bladeren op te ruimen. |
| les 3 paddestoelen eten |
Scharrelend
tussen de bladeren vindt Flip paddestoelen. Hij lust ze niet, maar
andere dieren zijn er dol op. De kinderen leren dat het eten van
paddestoelen lang niet altijd mogelijk is. Ze leren bovendien dat
paddestoelen bij schimmels horen. De heksenkring wordt omgetoverd tot
een heksenfeest. |
| les 4 eikels zoeken ... |
Flip
ontmoet dieren die een wintervoorraad aanleggen. Ze verzamelen
herfstvruchten. Andere dieren krijgen een speciale 'winterjas', soms
met winterse kleuren. |
| kerndoelen: |
21, 22, 30, 31, 32, 35 |
| les 1 wat een wind |
Een
herfststorm kan heel wat schade aanrichten. Rukwinden zijn gevaarlijk.
Wind is niet alleen lastig: mensen kunnen er ook gebruik van maken. |
| les 2 natte voeten |
Regen komt in de herfst veel voor. Maar er zijn ook andere vormen van neerslag. |
| les 3 het wordt kouder ... |
In
de herfst bereiden mensen zich voor op de komst van de winter. De
verwarming wordt gecontroleerd. De auto krijgt een winterbeurt. De tuin
wordt winterklaar gemaakt. We zorgen dat de winterkleren klaar liggen
voor gebruik. Bereiden dieren zich ook voor op de winter? |
| les 4 binnen is het zomer |
Mensen
proberen op diverse manieren de zomer 'vast te houden'. In huis brandt
de verwarming. Zwembaden zijn overdekte tropische paradijzen.
Snijbloemen en zomergroentes komen uit een verwarmde kas. We zorgen er
voor dat het een beetje zomer is in de winter. |
| kerndoelen: |
21, 22, 23, 30, 31, 33, 34 |
| les 1 het is winter ... |
Rolf
de reiger kan in de winter alleen overleven als hij op tijd een visje
weet te verschalken. Er zijn vogels die het hele jaar door hetzelfde
voedsel eten. Koolmezen eten in de winter iets anders dan in de zomer.
Zelfs hun maag ondergaat dan een verandering. |
| les 2 onder het ijs
|
Er
ligt ijs en nu krijgen niet alleen Rolf de reiger, maar ook andere
watervogels problemen met 'de winter'. Gelukkig zijn er hier en daar
wakken. Daar profiteren ook de meerkoeten van. Je ziet ze regelmatig
naar beneden duiken. |
| les 3 een spoor van belletjes |
WEvelien
ziet een spoor van belletjes onder het ijs. In een hol in de dijk woont
een muskusrat. Hoe komt dit dier de winter door en waarom is deze
vreedzame planteneter toch niet zo geliefd bij de mensen? Welke dieren
hebben een vacht en welke niet? |
| les 4 op stal |
Niet
alle dieren blijven buiten. Koeien gaan op stal. Hoe komen ze aan
voedsel? Koeien en varkens hebben 'wilde' soortgenoten. Waarom gaan die
niet op stal? |
| kerndoelen: |
21, 22, 30, 31, 32, 34, 35 |
| les 1 vies h&eangr;? |
In
deze les wordt gekeken naar de alledaagse verzorging. Op tijd gaan
slapen is net zo belangrijk als een goed ontbijt. Regelmatig je kleren
verschonen en je handen wassen heeft alles te maken met een goede
hygiëne. En waarom moet je je voeten vegen? |
| les 2 een griepje |
Als
je ziek bent, komt soms de dokter. Wat doet hij allemaal? Houd jij ook
je hand voor de mond als je moet hoesten? 'Ziekmakers' zweven in de
lucht. Iedereen ademt ze in. Waarom wassen we onze handen? Hoe
verzorgen we een wondje en wat zijn allergieën? |
| les 3 beestjes |
MVeel
kinderen krijgen vroeg of laat op school te maken met hoofdluis. Na
deze les weten de kinderen dat het eigenlijk niet nodig is, om je
daarvoor te schamen. Ook andere 'lastige' beestjes komen aan de orde. |
| les 4 dieren weten beter |
Ook
dieren verzorgen zichzelf. Ze hoeven dat niet te leren; dit gedrag is
aangeboren. Het poetsen van de veren werkt waterafstotend, zodat een
vogel blijft drijven en niet ziek wordt. Ook 'lastige' beestjes worden
uit de veren of van de pels verwijderd, bijvoorbeeld door een zandbad
te nemen of in de modder te rollen. Dieren bevuilen hun eigen nest niet! |
| kerndoelen: |
21, 22, 23, 25 |
| les 1 hommels in het voorjaar |
Een
hommelkoningin wordt wakker en gaat op verkenning. Eerst wordt voedsel
gezocht en daarna een plek voor een nest. Na verloop van tijd is het
nest klaar en worden er eitjes gelegd. De kinderen leren de twee meest
voorkomende hommelsoorten herkennen. |
| les 2 holbewoners |
Een
hol is een veilige plek om jongen groot te brengen. Dieren zoeken een
hol, bijvoorbeeld in een knotwilg of in de grond. Knotwilgen hebben
heel wat inwoners: grote en kleine. |
| les 3 leven onder water |
Niet
alleen in holen worden jongen geboren, maar ook onder water. Kikkers,
padden en salamanders leggen daar hun eieren. Het leven onder water
komt wat later 'op gang' dan op het land. Het water moet eerst op
temperatuur komen en dat duurt wat langer. Wat zouden jonge kikkertjes
eigenlijk eten? |
| les 4 bloemen in het voorjaar |
De
hommel uit les 1 merkt dat op een knotwilg allerlei planten groeien en
bloeien. Hoe kan dat? Verder kijken we naar vroege voorjaarsbloeiers.
Hoe komt het dat ze zo vroeg bloeien? Voor groei heb je warmte nodig en
voedsel. |
| kerndoelen: |
30, 31, 32, 35 |
| les 1 boontje ... |
De
drie begrippen vast, vloeibaar en gas worden geïntroduceerd aan de hand
van twee clowns en drie gevulde ballonnen. In de eerste zit lucht, de
tweede is gevuld met water en in de derde zitten knikkers. Dat heeft
gevolgen! |
| les 2 een stevig huis |
Vaste
stoffen zijn stevig. Je kunt er mee bouwen. Niet alleen mensen, maar
ook dieren maken gebruik van deze eigenschap. Allerlei bouwsels van
mens en dier passeren de revue. |
| les 3 op en onder water |
Vloeibare
stoffen hebben andere kenmerken dan vaste stoffen. De toepassingen zijn
dus ook anders. Aan de hand van water wordt bekeken wat de
mogelijkheden zijn. |
| les 4 houd het fris! |
Ook lucht kent tal van gebruiksmogelijkheden. Er wordt wederom gekeken naar mens en dier. |
| kerndoelen: |
29, 30, 31, 33 |
| les 1 in het park |
Drie
voor de kinderen bekende insecten worden besproken: de mier, de
bladluis en het lieveheersbeestje. Maar wat hebben ze met elkaar te
maken? Dat wordt snel duidelijk! |
| les 2 snateren ... |
Watervogels kom je in vrijwel elke parkvijver tegen. De vogels bouwen allerlei nesten. Wat zijn de voor- en de nadelen? |
| les 3 ze zijn er, maar... |
Als
de mensen weg zijn en de avond valt, komt het park opnieuw tot leven.
Vaak gelokt door het afval dat de mensen hebben achtergelaten, komt een
bont gezelschap te voorschijn. De muis en de rat zijn regelmatige
bezoekers, evenals de egel. In het gazon ontdekken we slakken en
regenwormen. |
| les 4 wat een werk! |
Een
park wordt aangelegd en onderhouden. Het is dus eigenlijk niet het werk
van de natuur. Deze les laat iets zien van het werk van een tuinman.
Waaraan kun je zien dat een park is aangelegd? Ook komen de meest
voorkomende perkplanten onder de aandacht. |
| kerndoelen: |
21, 22, 30, 31, 32, 35 |
| les 1 de zon gaat onder |
Als
de zon ondergaat, gaan veel dieren naar hun slaapplaats. andere dieren
worden juist wakker. In de avondschemering kun je beide groepen
tegenkomen. Deze les gaat vooral over het leven van de vleermuis. |
| les 2 nachtleven |
Wat
doen dieren allemaal in de zomernacht? Insecten bezoeken sterk geurende
nachtbloemen. Dat lokt allerlei insecteneters. Deze staan op het menu
van o.a. de kerkuil. Tijdens zo'n nacht klinken geluiden heel ver. |
| les 3 'zien' in het donker |
Aan
ogen heb je 's nachts niets, tenzij ze speciaal voor het zien in het
donker zijn gebouwd. Zelfs een uil ziet in het pikkedonker niets.
Luisteren is veel beter dan zien. De oren van een nachtdier zijn
belangrijk. Bij nachtvlinders gaat het om een goed reukvermogen.
Luisteren en ruiken: daarover gaat deze les. |
| les 4 opstaan en slapen gaan |
De
ochtendschemering is het moment dat het nachtleven plaatsmaakt voor
dagelijkse drukte. Een terugblik op de verschillende jaargetijden. |
| kerndoelen: |
21, 22, 23, 29, 30, 31, 32, 35 |
|
|