 |
 |
 |
 |
Adresgegevens |
 |
 |
 |
 |
 |
Stichting Natuur Buiten-Gewoon
Postbus 50
8260 AB Kampen
Telefoon:
038 - 3337799
038 - 4220912
Fax: 038 - 3337864
Bank- Gironummers:
NL: Postbank 3195850
BE: Triodosbank 523-0410325-90
|
 |
 |
 |
 |
|
| De thema's van groep 6 |
 |
Auteur: Natuur Buiten-Gewoon
Gepubliceerd: 1 september 2005
Laatste wijziging: 22 april 2006
|
|

Groep 6 heeft 10 thema's:
| les 1 vlinders |
Uitgaande van vlinders komen we bij de lichaamsbouw
en gedaanteverwisseling van insecten. |
| les 2 insecten |
De veelvormigheid van insecten komt aan de orde.
Ook gaan we in op de betrekkelijkheid van begrippen als 'nuttig' en 'schadelijk'.
Tenslotte wordt aandacht besteed aan de biologische bestrijding van plaaginsecten. |
| les 3 als twee druppels water |
Deze les gaat in op de volledige
en onvolledige gedaanteverwisseling. |
| kerndoelen: |
21, 30, 31 |
| les 1 gallen |
Elke plant heeft z'n eigen gallen. De eik heeft meer
dan vijftig verschillende. Wie veroorzaken eigenlijk gallen? Mensen gebruikten
galappels (galnoten) om inkt te maken. In deze les ervaren de kinderen hoe dat gaat. |
| les 2 spinnen spinnen? |
Onbekend maakt onbemind. Deze uitspraak gaat zeker
op voor spinnen. Juist in de herfst zijn deze geleedpotigen overal zichtbaar aanwezig.
De gelegenheid om er aandacht aan te besteden! |
| les 3 levende draden |
Het schimmelrijk is een apart rijk naast het planten-
en dierenrijk. M.a.w. schimmels zijn geen planten. Doel van deze les is de kinderen
te leren, dat de schimmeldraden levende wezens zijn en de paddestoelen hun 'vruchtlichamen'.
Paddestoelen zijn dus geen planten met schimmeldraden als wortels! |
| kerndoelen: |
19, 20, 29, 30, 31, 33 |
| les 1 zie je het of zie je 't niet? |
In deze les zetten we de zintuigen op een rij en maken
we de kinderen bewuster van werking en mogelijkheden. |
| les 2 bekijk het maar |
In deze les worden het zien en het horen behandeld. |
| les 3 voelen en snuffelen |
Gevoel is meer dan alleen een 'tastzintuig'.
Verder komen reuk en smaal aan de orde |
| kerndoelen: |
19, 20, 23, 29 |
| les 1 vuur maken |
Vuur speelt een belangrijke rol in de geschiedenis
van de mensheid. Soms is vuur een gevaarlijke vijand. |
| les 2 vol warmte |
Vrijwel alle warmte komt van de zon en alle leven is
daarvan afhankelijk. De stand van de zon bepaalt of we op aarde te maken hebben
met een woestijn, een poolgebied of een gematigd gebied. Hoe weren we ons tegen
te veel of te weinig warmte? |
| les 3 er warm of koud van worden |
Vrijwel alle stoffen op aarde kunnen smelten,
stollen en vaak zelfs verdampen. Daarvan maken we gebruik. Belangrijk voor bruggenbouwers. |
| kerndoelen: |
19, 20, 29, 31, 33 |
| les 1 spoorloos? |
Je kunt sporen rubriceren in een aantal groepen.
In deze les laten we dat zien aan de hand van voorbeelden. |
| les 2 een veer gelaten |
Vogels hebben veren. Losse veren kun je op allerlei
plaatsen vinden. Het zijn dan sporen. Uilen, maar ook andere vogels, produceren
braakballen. Les 2 gaat over deze vogelsporen. |
| les 3 alleen gekken en dwazen ... |
Mensen laten ook sporen na. Dat was vroeger zo en dat
is nog steeds zo. Oude sporen geven meer inzicht in onze geschiedenis. Sporen van
deze tijd maken ons eerder bezorgd. Deze les gaat over dat laatste. |
| kerndoelen: |
19, 20, 22, 30, 31 |
| les 1 stevig in de wind |
Bepaalde vormen en constructies zorgen voor stevigheid. Bomen hebben
een wortelstelsel. Op de camping gebruiken wij buizen, scheerlijnen en haringen.
Televisietorens worden verstevigd met lange tuidraden. |
| les 2 stevig er tegenaan |
Planten hebben stengels, die o.a. rond of vierkant zijn.
Gewervelde dieren hebben beenderen. Zonder stevigheid zouden deze levensvormen niet overleven.
In de les ontdekken de kinderen dat er een grote verscheidenheid bestaat in 'geraamtes'
van verschillende soorten gewervelde dieren. |
| les 3 binnenste buiten |
Naast gewervelden kent de dierenwereld ook ongewervelden.
'Niet gewerveld' betekent 'niet stevig'. Insecten hebben een uitwendig skelet en
weekdieren hebben schelpen. Kinderen zoeken graag schelpen.
Vandaar wat extra aandacht voor deze diergroep. |
| kerndoelen: |
19, 20, 29, 30, 31, 33 |
| les 1 grond onder je voeten |
Welke grondsoorten zijn er globaal in ons land en waar
vinden we ze vooral? Het begrip 'leeflaag' wordt geïntroduceerd, evenals de rol van
bodemdieren en het belang van lucht en water in de grond. |
| les 2 pioniers |
Deze les laat zien hoe planten een gebied innemen en welke
factoren daarbij een rol spelen. De rol van grote rivieren bij landschapsvorming komt
aan de orde, evenals die van de ijstijden. De les wordt beëindigd met veenvorming en verlanding. |
| les 3 gravers en ploegers |
De belangrijke rol van bodemdiertjes komt aan de orde
onder de titel 'gravers en ploegers'. Een logisch vervolg daarop is natuurlijk de
GFT-bak, die in elke basisschool een plek verdient. |
| kerndoelen: |
21, 30, 31, 33 |
| les 1 in de bonen |
De bouw van zaadplanten staat centraal. Uitgaande van
kiemende bonen is er aandacht voor de belangrijkste plantendelen, verschillen tussen
kruiden en bomen, zaadverspreiding en 'andere manieren' om planten te vermenigvuldigen. |
| les 2 geen blad is gelijk |
Planten verschillen onderling van bladvorm, stengel, wortels, enz. |
| les 3 lang zullen ze leven! |
Bomen worden oud en
veel kruiden leven slechts ??n seizoen, maar ... onkruid vergaat niet! Hoe zit dat eigenlijk? |
| kerndoelen: |
21, 30, 31, 32 |
| les 1 aan de waterkant |
In deze les laten de kinderen de waterkant op zich inwerken.
De aandacht gaat vooral uit naar waterplanten en naar de omgeving. |
| les 2 als een vis in het water |
In het water komen verschillende ademhalingsvormen voor:
longen, kieuwen en ademhaling door de huid. Wie onder water leeft moet ook eten.
Over het algemeen is er volop voedsel. Beide aspecten komen in deze les aan de orde. |
| les 3 klaar voor onder water |
Watervogels laten zich
dikwijls goed bekijken. In waterrijke woonwijken, plantsoenen, stadsgrachten en bij de kinderboerderij
zijn ze zelfs behoorlijk tam. Tegenwoordig vissen er zelfs aalscholvers. Er is een grote variatie
in snavels, poten, verenkleed en voedselkeuze. Deze les houdt zich hiermee bezig. |
| kerndoelen: |
21, 30, 31 |
| les 1 naar de overkant |
Nederlanders zijn van oudsher een volk van bruggenbouwers.
Dit komt door de vele beken en rivieren die ons land doorsnijden. In deze les een
overzicht van de technische oplossingen, die mensen hebben bedacht, om water te overbruggen. |
| les 2 het loopt op katrolletjes |
In deze les wordt ingegaan op de functie van katrollen.
Dankzij katrollen gaat het ophijsen van zware voorwerpen een stuk gemakkelijker.
Er kan gebruik worden gemaakt van katrollen uit een technisch bouwpakket, maar katrollen
kun je ook zelf maken m.b.v. lege filmbusjes en elastiekjes of lege garenklosjes. |
| les 3 hallo ...! |
Er zijn allerlei communicatiemiddelen om berichten over te brengen.
In deze les maken de kinderen kennis met een aantal oude en nieuwe communicatiemiddelen. |
| les 4 huizen vol buizen |
Gas, water en elektriciteit
komen onze huizen binnen via buizen en leidingen. In elk huis is een netwerk aan leidingen nodig
om alles op de juiste plek te krijgen. De weg van de productie van gas, water en elektriciteit
tot aan ons huis wordt bekeken. |
| kerndoelen: |
19, 20 |
|
|